Je hebt je belastingaangifte ingevuld, scrolt naar box 3, en ziet een bedrag staan dat je moet betalen over je spaargeld of beleggingen. Maar hoe is dat getal precies berekend? Voor de meeste mensen is dat onduidelijk: de Belastingdienst rekent niet met je werkelijke rendement, maar met forfaitaire percentages die per vermogenscategorie verschillen. Wij van Schatrijk.nl zien die verwarring regelmatig terugkomen, en begrijpen waarom. In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe de vermogensbelasting in box 3 wordt berekend, met concrete cijfers, zodat je weet wat je daadwerkelijk betaalt en waar eventueel ruimte zit om dat te verlagen.
Stap 1: Bepaal welke bezittingen meetellen
Box 3 gaat over je vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Bijna alles wat je bezit telt mee: spaargeld, beleggingen op een effectenrekening, een tweede woning, vakantiehuisje, verhuurde woning, crypto en vorderingen op derden (zoals geld dat je aan iemand hebt geleend).
Wat er niet in zit: je eigen woning (die hoort in box 1), je auto, je inboedel en pensioenaanspraken. Ook een bankrekening bij een groene instelling met fiscaal voordeel heeft een aparte behandeling, daar kom je zo op terug.
Schulden mag je aftrekken van je bezittingen, maar er geldt een drempel. Momenteel is de eerste €3.700 per persoon (of €7.400 voor fiscale partners) niet aftrekbaar. Daarboven telt de schuld mee als min-post.
Stap 2: Trek de vrijstelling af
Gelukkig betaal je niet over je volledige vermogen. Er is een heffingvrij vermogen: het bedrag waarover je sowieso niets afdraagt. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast. Controleer altijd de actuele grens via de Belastingdienst, maar reken voor 2026 globaal met de gepubliceerde cijfers in je aangifte.
Ben je alleenstaand, dan geldt de vrijstelling voor jou alleen. Ben je fiscale partners, dan mag je de vrijstellingen optellen. Dat is een groot voordeel: als jij een vermogen van €80.000 hebt en je partner niets, dan schuif je een deel van jouw vermogen naar je partner zodat jullie allebei de vrijstelling benutten. Dat regelen jullie in de aangifte met de verdeling van de grondslag sparen en beleggen.
Stap 3: Splits je resterende vermogen in drie categorieën
Na aftrek van de vrijstelling houd je de ‘grondslag’ over. Die grondslag splits je in drie emmers:
- Banktegoeden (spaargeld, betaalrekening)
- Overige bezittingen (aandelen, fondsen, crypto, tweede woning)
- Schulden (het aftrekbare deel)
Voor elk van deze drie categorieën geldt een forfaitair rendement: een percentage dat de Belastingdienst elk jaar vaststelt op basis van werkelijke marktcijfers uit het voorgaande jaar. Het percentage voor banktegoeden ligt doorgaans een stuk lager dan dat voor overige bezittingen. Dat onderscheid is voor beleggers nadelig ten opzichte van spaarders, en dat is bewust zo ontworpen.
Stap 4: Bereken je fictieve rendement
Je vermenigvuldigt elk deel van je grondslag met het bijbehorende percentage. Dan tel je de uitkomsten bij elkaar op. Dat totaal is je ‘fictief rendement’, ook wel de grondslag sparen en beleggen genoemd. Hierover betaal je belasting, niet over je totale vermogen zelf.
Stap 5: Pas het belastingtarief toe
Over het fictieve rendement betaal je een vast tarief. Dat is momenteel 36%. Een rekensom voor een spaarder met €80.000 op de rekening:
Stel de vrijstelling is €57.000 (indicatief). Dan is je grondslag €80.000 min €57.000 = €23.000 aan spaargeld. Het forfaitaire rendement voor banktegoeden bedraagt bijvoorbeeld 1,44% (controleer het actuele percentage). Dat levert een fictief rendement op van €23.000 x 1,44% = €331. Daarover betaal je 36% belasting: afgerond €119. Voor iemand met €80.000 op de spaarrekening is de belastingrekening dus relatief bescheiden.
Stap 6: Rekenvoorbeeld voor een belegger met gemengd vermogen
Nu een belegger met €150.000 spaargeld en €100.000 aan aandelen en fondsen. Totaal vermogen: €250.000. Na aftrek van de vrijstelling (stel €57.000) resteert €193.000 als grondslag.
Verdeling: €150.000 banktegoeden en €43.000 overige bezittingen (want het totaal na vrijstelling is €193.000; de verhouding volgt je werkelijke bezit).
Wij van Schatrijk.nl raden aan dit altijd precies na te rekenen, want de verhouding bepaalt hoeveel van de hogere categorie jou treft.
Fictief rendement banktegoeden: €150.000 x 1,44% = €2.160. Fictief rendement overige bezittingen (stel 6,04%): €43.000 x 6,04% = €2.597. Totaal fictief rendement: €4.757. Belasting: €4.757 x 36% = €1.712.
Ter vergelijking: als diezelfde belegger al zijn geld in aandelen had gehad (€193.000 overige bezittingen), was het fictieve rendement €193.000 x 6,04% = €11.657, en de belasting €4.197. Het percentage voor overige bezittingen maakt dus een groot verschil voor beleggers.
Stap 7: De peildatum en je aangifte
De Belastingdienst kijkt naar je vermogen op 1 januari van het belastingjaar. Heb je op 31 december nog een grote som op je rekening staan die je eigenlijk wil investeren in een bedrijf? Dan telt die som mee. Na 1 januari maakt dat voor dat jaar niets meer uit. Dit is de reden dat sommige mensen bewust vermogen verschuiven voor de jaarwisseling, let wel: dat moet wel reëel zijn en mag geen schijnhandeling zijn.
In je aangifte inkomstenbelasting vind je box 3 onder ‘Sparen en beleggen’. Je vult je bezittingen in op de peildatum, trekt schulden af en verdeelt de grondslag met je fiscale partner. De Belastingdienst berekent het fictieve rendement en de belasting automatisch op basis van jouw ingevoerde bedragen.
Stap 8: Manieren om je belasting te verlagen
Er zijn een paar legale wegen om je box 3-belasting te drukken.
Ten eerste schulden. Als je een persoonlijke lening hebt of rood staat, trek je dat (boven de drempel) af van je vermogen. Een lening van €20.000 scheelt je al snel een paar honderd euro belasting.
Ten tweede groen sparen en beleggen. Geld bij een erkende groene instelling geniet een extra vrijstelling bovenop de normale grens. De exacte hoogte varieert, maar het kan oplopen tot enkele duizenden euro’s extra vrijstelling per persoon. Voor mensen die toch al duurzaam willen sparen is dit een no-brainer.
Ten derde minderjarige kinderen. Het vermogen van kinderen onder de 18 jaar wordt toegerekend aan de ouders. Maar kinderen hebben zelf ook recht op een heffingvrij vermogen. Die vrijstelling geldt apart voor elk kind, wat in bepaalde gezinssituaties voordelig uitpakt. Vraag dit na bij een belastingadviseur als je hier concreet gebruik van wilt maken.
Stap 9: De erfenis van de rechtszaak en wat je ermee doet
Je hebt er de afgelopen jaren vast over gelezen: de Hoge Raad heeft geoordeeld dat het forfaitaire stelsel in bepaalde gevallen in strijd is met eigendomsrecht en het gelijkheidsbeginsel. Het probleem: als je werkelijke rendement lager was dan het forfait, betaalde je te veel belasting.
De politiek werkt aan een stelsel gebaseerd op werkelijk rendement, maar dat is er nog niet volledig. Intussen geldt voor sommige jaren en groepen belastingplichtigen een overbruggingsregeling. Heb je in een eerder belastingjaar aantoonbaar minder rendement gemaakt dan het forfait veronderstelt, dan kan het lonen om bezwaar te maken of te controleren of je automatisch recht hebt op compensatie.
Wij adviseren: check bij de Belastingdienst of jouw aanslag valt onder een massaal bezwaar-procedure. Als dat zo is, hoef je zelf niets te doen en word je automatisch meegenomen. Doe je dat niet, dan loop je mogelijk belastingteruggave mis. Voor de aangifte over dit jaar geldt nog het forfaitaire systeem, maar houd de politieke ontwikkelingen in de gaten. Het stelsel staat volop in beweging.
De berekening van vermogensbelasting in box 3 volgt een vaste volgorde: bezittingen bij elkaar optellen, de heffingsvrije vrijstelling en aftrekbare schulden eraf halen, de forfaitaire rendementspercentages toepassen op de juiste categorieën, en dat resultaat vermenigvuldigen met het belastingtarief van 36%. Een spaarder met €80.000 aan spaargeld komt daarmee al snel uit op minder dan €150 aan belasting per jaar. Wie een flinke aandelenportefeuille heeft, kan een stuk meer kwijt zijn. Weet wat je betaalt, maak gebruik van de bestaande aftrekmogelijkheden, en houd de ontwikkelingen rond box 3 in de gaten. De discussie over de toekomst van dit stelsel is nog niet afgerond.