Persoon die pensioendocumenten en financieel overzicht bestudeert aan bureau

Pensioenopbouw na ontslag of baanwisseling: zo bereken je je tekort en vul je het aan

0 Shares
0
0
0

Je hebt net ontslag gekregen, of je hebt zelf de stap gezet naar een nieuwe werkgever. Ergens in die drukte, tussen het regelen van een contract en het opzeggen van je oude baan, is je pensioenopbouw gewoon gestopt. Geen premie meer ingelegd, geen groei. Grote kans dat je dat pas weken later doorhebt, als überhaupt.

Een pensioentekort na een baanwisseling valt niet op zoals een roodstand. Het stapelt zich stilletjes op, zonder notificatie. Pas als je het concreet uitrekent in euro’s per maand, zie je wat het werkelijk betekent. De goede kant: er zijn fiscale mogelijkheden om dat tekort gericht aan te vullen, en het begint met een paar berekeningen die iedereen zelf kan maken. Dit stappenplan laat zien hoe je dat aanpakt.

Stap 1: Verzamel al je pensioenpotjes op één plek

Begin bij MijnPensioenoverzicht.nl. Log in met DigiD en je ziet in één overzicht alle pensioenregelingen waarbij je ooit was aangesloten, ook de slapende. Een slapend pensioen is een potje bij een oud pensioenfonds waar je geen premie meer in stopt, maar dat wel gewoon doorgroeit (of soms nauwelijks). Veel mensen hebben er twee of drie zonder dat ze het weten.

Let op de periodes. Kijk of er jaren ontbreken, zeker als je ooit freelance hebt gewerkt, via een uitzendbureau werkte, of bij een werkgever zat zonder pensioenregeling. Die gaten zijn precies de plekken waar je tekort zit. Noteer voor elke regeling het verwachte bedrag per maand en de naam van het uitvoerder.

Stap 2: Vertaal je UPO naar een concreet maandbedrag

Elk pensioenfonds stuurt je jaarlijks een Uniform Pensioenoverzicht (UPO). Dat overzicht heeft drie kolommen: een optimistisch scenario, een verwacht scenario en een pessimistisch scenario. Gebruik het verwachte scenario als uitgangspunt voor je berekening, maar houd het pessimistische in je achterhoofd. Dat is het bedrag waarmee je het realistisch moet kunnen redden.

Tel alle slapende en actieve pensioenen bij elkaar op, voeg je verwachte AOW toe (te zien op MijnPensioenoverzicht.nl), en je hebt je totale verwachte pensioeninkomen per maand.

Stap 3: Wat heb jij eigenlijk nodig?

De vuistregel is 70% van je laatste brutoloon. Verdien je nu 4.500 euro bruto per maand, dan zou je pensioen uitkomen op rond de 3.150 euro. Maar die 70% is een gemiddelde, geen wet. Als je een hypotheek hebt afgelost, reist voor je werk of kinderen financieel ondersteunt, dan kan je behoefte lager of juist hoger uitvallen.

Wij van Schatrijk.nl raden aan om niet alleen naar die 70% te kijken, maar ook te bedenken wat je straks wilt doen. Wil je reizen, wil je bijdragen aan kleinkinderen, heb je een tuin of boot die onderhoud vraagt? Maak een eerlijke schatting van je toekomstige uitgavenpatroon. Dat streefinkomen is je persoonlijk doel, geen abstract cijfer.

Stap 4: Reken je tekort concreet uit

Stel: je streefinkomen is 3.000 euro per maand bruto. Je opgebouwde pensioen plus AOW kom je uit op 2.660 euro per maand. Dan heb je een maandelijks tekort van 340 euro. Per jaar is dat 4.080 euro die je zelf moet aanvullen.

Vermenigvuldig dat jaarlijkse bedrag met het aantal jaren tot je pensioenleeftijd en je ziet de omvang. Niet om te schrikken, maar om te weten wat er op het spel staat.

Casus: Marieke (42), marketingmanager na reorganisatie

Marieke werkte twaalf jaar bij een groot mediabedrijf toen ze bij een reorganisatie werd ontslagen. Ze startte daarna als freelancer. Via MijnPensioenoverzicht.nl ontdekte ze drie slapende pensioenen: een klein potje van een bijbaantje tijdens haar studie, een regeling van haar eerste werkgever na haar HBO-opleiding, en het grote fonds van haar laatste baan.

Haar UPO liet in het verwachte scenario 1.890 euro per maand zien, inclusief AOW. Haar streefinkomen was 2.230 euro. Tekort: 340 euro per maand, ofwel ruim 4.000 euro per jaar. Als freelancer bouwt ze nu zelf niets op, dus dat gat groeit elk jaar dat ze wacht. Ze besloot actie te ondernemen.

Stap 5: Check je jaarruimte en reserveringsruimte

De Belastingdienst biedt twee fiscale aftrekmogelijkheden voor wie zijn pensioen wil aanvullen via een lijfrente.

De jaarruimte is het bedrag dat je dit jaar fiscaal aftrekbaar mag inleggen. De berekening is gebaseerd op je inkomen, de al opgebouwde pensioenaanspraken en een vaste factor (de zogenaamde AOW-franchise en premiegrondslag). De exacte berekening doe je via de rekenhulp op de website van de Belastingdienst.

De reserveringsruimte is het bedrag aan onbenutte jaarruimte uit de afgelopen zeven jaar. Die mag je alsnog gebruiken. Dat is precies de ruimte die veel mensen na ontslag of baanwisseling hebben laten liggen, en nu kunnen benutten. Let op: er geldt een maximum. Check de actuele bedragen bij de Belastingdienst, want die worden periodiek aangepast.

Stap 6: Kies het juiste instrument

Er zijn drie hoofdopties om je tekort fiscaal aantrekkelijk aan te vullen.

  • Lijfrenterekening: Een beleggingsrekening bij een bank of verzekeraar. Flexibel, lage kosten, zelf beleggen. Geschikt als je nog 10 tot 20 jaar te gaan hebt voor pensioen en enige risicotolerantie hebt.
  • Lijfrenteverzekering: Je betaalt premie aan een verzekeraar die later een gegarandeerde uitkering doet. Minder rendement, maar zekerheid. Goed als je vlak voor pensioen zit of liever geen risico neemt.
  • Nettopensioen: Alleen relevant als je boven de fiscale aftrekgrens voor pensioenopbouw verdient (ruwweg boven de 137.800 euro per jaar). Dan bouw je met netto-inkomen op, maar de uitkering is later belastingvrij.

Voor de meeste mensen in een situatie van baanwisseling of ontslag is een lijfrenterekening de meest praktische keuze: laag instapbedrag, zelf te regelen, en fiscaal aftrekbaar in het jaar van storting.

Stap 7: Spreid je inleg slim over de jaren

Het kan verleidelijk zijn om je volledige reserveringsruimte in één keer te benutten, zeker als je een ontslagvergoeding hebt ontvangen. Maar dat is niet altijd de slimste zet. Als je je reserveringsruimte ineens benut, val je misschien in een hogere belastingschijf bij je huidige inkomen, wat de aftrekwaarde per euro verlaagt.

Beter is het om te spreiden: kijk in welke jaren jij in de hogere schijf valt en in welke jaren niet. Stort meer in een jaar met lager inkomen, want dan is de aftrek relatief minder waard maar vermijd je een schijfnadeel. Stort juist minder in een jaar met hoog inkomen als de schijfeffecten tegenvallen. Een rekenvoorbeeld helpt hier enorm.

Casus: Daan (55), bewust overgestapt naar een kleinere werkgever

Daan werkte jarenlang bij een groot IT-bedrijf met een uitstekende pensioenregeling. Op 55-jarige leeftijd koos hij bewust voor een kleine startup, met meer vrijheid maar een veel soberdere pensioenregeling. Zijn UPO liet zien dat hij maandelijks zo’n 580 euro minder zou ontvangen dan zijn streefinkomen van 3.400 euro.

Hij combineerde twee aanpakken. Ten eerste sloot hij een lijfrenteverzekering af met een vaste maandelijkse premie voor een gegarandeerde uitkering vanaf zijn 68e. Ten tweede benutte hij zijn reserveringsruimte over de afgelopen jaren via een lijfrenterekening. Omdat hij in zijn nieuwe baan tijdelijk minder verdiende, viel de belastingbesparing per jaar iets lager uit maar kon hij toch een realistisch plan opzetten voor zijn resterende tien arbeidsjaren. Met twee instrumenten naast elkaar dekte hij het tekort voor het grootste deel af.

Wanneer een adviseur echt de moeite waard is

Doe-het-zelf werkt prima als je een overzichtelijke situatie hebt: een of twee pensioenpotjes, een stabiel inkomen en geen complexe belastingpositie. Maar er zijn signalen dat het slimmer is om een financieel planner of pensioenadviseur in te schakelen.

Denk aan: meer dan drie verschillende pensioenpotjes bij verschillende fondsen, een scheiding in je verleden waarbij pensioenverevening een rol speelde, een eigen bedrijf naast je dienstbetrekking, of een inkomen dat dicht bij de schijfgrenzen zit. Ook als je een flinke ontslagvergoeding hebt ontvangen en niet weet hoe je die fiscaal het best inzet, is professioneel advies de moeite waard. Een uurtje met een gecertificeerd pensioenadviseur kost geld, maar kan je bij een tekort van tienduizenden euro’s veel meer opleveren.

Zodra je je pensioentekort in euro’s per maand hebt uitgerekend, wordt het een stuk minder abstract. Dan zie je precies waar je staat en wat er nodig is. Verzamel je losse pensioenpotjes via Mijnpensioenoverzicht.nl, bereken je jaarruimte en reserveringsruimte, en kijk welk instrument bij jouw situatie past, of dat nu een lijfrente, banksparen of iets anders is.

Wij van Schatrijk.nl zien dit als een van de meest concrete kansen binnen persoonlijke financiën: premies inleggen die je anders toch aan belasting kwijt was, en daar later een pensioenbedrag mee opbouwen dat er echt toe doet. Begin met een klein bedrag als dat nu realistischer is, maar stel het niet uit. Elke maand zonder inleg is een maand tekort die later moeilijker in te halen is.

0 Shares
Gerelateerd