Je bankapp laat een saldo zien van een paar duizend euro. Of misschien tienduizend. En ergens vraag je je af: is een miljoen euro vermogen iets dat voor mensen zoals ik haalbaar is, of is het voorbehouden aan ondernemers met een uitstekend gevoel voor timing en een rijke achtergrond?
De CBS-vermogensstatistieken geven daar een concreter antwoord op dan je misschien verwacht. Wij van Schatrijk.nl hebben de data doorgespit om te zien wat ze werkelijk onthullen over hoe gewone Nederlanders miljonair worden, zonder megaerfenis en zonder uitzonderlijk geluk op de beurs.
Hoeveel Nederlanders hebben netto meer dan een miljoen euro?
Volgens recente CBS-vermogensstatistieken bezit ruwweg 3 tot 4 procent van de Nederlandse huishoudens een netto vermogen van meer dan een miljoen euro. Dat zijn ergens tussen de 260.000 en 310.000 huishoudens. Klinkt als veel, maar op ruim 8 miljoen huishoudens is het een kleine minderheid.
Wat minder bekend is: een substantieel deel van die miljonairs heeft dat vermogen niet puur via een erfenis opgebouwd. CBS-onderzoek naar vermogensoverdrachten laat zien dat erfenissen en schenkingen gemiddeld bijdragen, maar dat een grote groep hun vermogen grotendeels zelf heeft opgebouwd, via werk, ondernemen en spaardiscipline. Puur zelfgemaakt, zonder noemenswaardige erfenis? Dat is een kleinere groep dan velen hopen, maar groter dan velen verwachten.
Het profiel van de zelfgemaakte miljonair
Als je de CBS-data uitsplitst naar leeftijd, zie je een duidelijke piek bij huishoudens van 55 tot 70 jaar. Dat verrast niet: vermogensopbouw is een kwestie van tijd. Wat wel opvalt, is dat bepaalde beroepsgroepen structureel oververtegenwoordigd zijn. Zelfstandige ondernemers, technici in gespecialiseerde sectoren en medici (met name specialisten en tandartsen) scoren bovengemiddeld. Niet omdat ze automatisch meer verdienen, maar omdat ze vaker eigenaar zijn van iets: een praktijk, een bedrijf, een pand.
Geografisch is het beeld genuanceerder dan je zou denken. Ja, de Randstad kent veel vermogen, maar de CBS-data laten zien dat rijkere huishoudens buiten de grote steden relatief ook sterk vertegenwoordigd zijn. Denk aan ondernemers in de Achterhoek, boerenfamilies in Zeeland of een zzp-adviseur in Gelderland met een afbetaalde woning en een volle beleggingsrekening. Vermogen zit niet alleen in Amsterdam-Zuid.
De vier vermogensblokken: wat weegt echt?
CBS verdeelt vermogen grofweg in vier blokken. Het is nuttig om te begrijpen wat elk blok in de praktijk bijdraagt:
- Eigen woning (overwaarde): verreweg het grootste blok voor de meeste huishoudens. Hierover zo meer.
- Ondernemingsvermogen: sterk geconcentreerd bij een kleine groep, maar gemiddeld het meest vermogensversnellende blok.
- Vrij belegbaar vermogen: aandelen, fondsen, spaargeld. Groeit sterk bij wie vroeg begint en consequent inlegt.
- Pensioenaanspraken: hier zit een structurele blinde vlek in de statistieken. CBS neemt pensioenrechten in de tweede pijler (werkgeverspensioen) niet of nauwelijks mee in de standaard vermogensoverzichten. Dat betekent dat het werkelijke vermogen van veel Nederlandse werknemers fors hoger is dan de gepubliceerde cijfers suggereren, soms tienduizenden tot honderdduizenden euro’s meer.
De woningval: ben je echt vermogend?
Een van de meest ontnuchterende inzichten uit de CBS-data is dit: een flink aandeel van de Nederlandse papieren miljonairs dankt die status bijna volledig aan de overwaarde op hun woning. Stel, iemand kocht in 2005 een huis voor 220.000 euro. Dat huis is nu 650.000 euro waard, de hypotheek staat op 80.000 euro. Overwaarde: 570.000 euro. Voeg daar een pensioenpot en wat spaargeld bij op, en je passeert op papier de miljoenengrens.
Maar is diegene echt vrij? Niet automatisch. Die overwaarde is niet liquide. Je kunt er niet van leven tenzij je verkoopt, kleiner gaat wonen of een opeethypotheek neemt. Wij van Schatrijk.nl raden aan om bij het nadenken over eigen vermogen altijd onderscheid te maken tussen papieren vermogen en liquide, inzetbaar vermogen. Dat onderscheid bepaalt in de praktijk je echte financiële vrijheid.
Rekenmodel 1: de modale werknemer
Stel: je verdient 3.800 euro netto per maand, hebt een koopwoning en belegt 15 procent van je netto inkomen, dus 570 euro per maand. Bij een historisch gemiddeld rendement van 6 tot 7 procent per jaar (reëel, na inflatie iets minder) levert dat het volgende op:
- Na 20 jaar: ongeveer 260.000 tot 290.000 euro aan beleggingsvermogen
- Na 25 jaar: ongeveer 420.000 tot 470.000 euro
- Na 30 jaar: ongeveer 640.000 tot 720.000 euro
Tel daarbij de opgebouwde overwaarde op je woning en de pensioenaanspraken, en je zit na 30 jaar boven de miljoensgrens. De les: het is haalbaar, maar het vergt consequentie en tijd. Wie op zijn 35e begint, bereikt dit doorgaans pas op of na zijn 65e.
Rekenmodel 2: de zzp’er met een BV
Voor zzp’ers met een BV liggen de kaarten anders, en gunstiger. Via winstreservering in de BV bouw je vermogen op dat pas bij uitkering wordt belast. Zolang het in de BV blijft, groeit het sneller dan in box 3, waar je jaarlijks vermogensrendementsheffing betaalt over een fictief rendement. CBS-data over zzp-vermogen bevestigen dit patroon: zelfstandigen met een eigen onderneming hebben bij vergelijkbaar inkomen structureel meer vermogen dan werknemers in loondienst, zeker boven de 45 jaar.
Een zzp’er die 80.000 euro per jaar factureert, zichzelf een DGA-salaris van 55.000 euro bruto uitkeert en de resterende winst in de BV laat staan, bouwt via aanmerkelijk belang en herinvestering een vermogensbuffer op die bij verkoop of liquidatie aanzienlijk kan zijn. Het traject is complexer, maar de versnelling is reëel.
De tijdvariabele: spaartempo versus startleeftijd
Hieronder zie je hoe lang het duurt om de miljoensgrens te bereiken bij verschillende spaarpercentages en startleeftijden, uitgaande van een netto inkomen van 3.500 euro per maand en 6,5 procent gemiddeld rendement. Pensioen en woningwaarde zijn hier buiten beschouwing gelaten, dus dit gaat puur over beleggings- en spaarvermogen.
| Spaarpercentage | Start op 25 jaar | Start op 35 jaar | Start op 45 jaar |
|---|---|---|---|
| 10% (350 euro/mnd) | Circa 62 jaar | Circa 72 jaar | Niet haalbaar voor 70 |
| 20% (700 euro/mnd) | Circa 54 jaar | Circa 64 jaar | Circa 74 jaar |
| 30% (1.050 euro/mnd) | Circa 49 jaar | Circa 59 jaar | Circa 68 jaar |
De conclusie is duidelijk: vroeg beginnen en een hoog spaartempo combineren is verreweg de sterkste hefboom. Een start op 25 jaar met 30 procent spaarquote geeft je bijna twintig jaar voorsprong op iemand die op 45 begint.
Wat de data niet vertellen
CBS-statistieken zijn krachtig, maar ze verzwijgen een aantal factoren die in de praktijk enorm meewegen. Ten eerste: partnerinkomen. Twee inkomens in één huishouden versnelt vermogensopbouw dramatisch, simpelweg omdat de vaste lasten worden gedeeld. Ten tweede: de kinderkeuze. Huishoudens zonder kinderen hebben gemiddeld een significant hogere spaarquote. Dat klinkt kil, maar het is een reëel economisch effect dat in de statistieken samenvloeit zonder expliciet te worden benoemd.
Ten derde: de kleine erfenis als vliegwiel. Niet de tonnen, maar een erfenis of schenking van 30.000 tot 60.000 euro op het juiste moment, geïnvesteerd in de woning of in een beleggingsportefeuille op je 30e, kan na twintig jaar verdubbeld of verdrievoudigd zijn. CBS-onderzoek laat zien dat dit soort bescheiden overdrachten veel vaker voorkomen dan mensen denken, en dat ze een niet te onderschatten rol spelen in vermogensopbouw.
Drie checkpunten om je eigen traject te toetsen
Wil je weten hoe je eigen situatie zich verhoudt tot de CBS-distributies? Gebruik dan deze drie concrete meetpunten:
Checkpunt 1: je vermogen op je 40e. Wie op zijn 40e minder dan 100.000 euro aan vrij belegbaar vermogen heeft (buiten woning en pensioen), loopt achter op het traject richting miljonair voor de 65e. Dat is niet fataal, maar het vraagt aanpassing van tempo.
Checkpunt 2: je woning-equity-ratio. Hoeveel procent van je totale netto vermogen zit in je woning? Ligt dat boven de 70 procent, dan ben je sterk afhankelijk van één illiquide asset. Probeer dat aandeel geleidelijk te verlagen door actief te beleggen naast je woning.
Checkpunt 3: je beleggingsaandeel van netto inkomen. Beleg je minder dan 10 procent van je netto inkomen? Dan is de kans klein dat je via beleggen alleen de miljoensgrens bereikt. Verhoog dit stapsgewijs, ook al is het maar 50 euro per maand extra bij een volgende salarisverhoging.
De CBS-data laten een genuanceerd beeld zien: de zelfgemaakte miljonair in Nederland bestaat maar het profiel is smaller dan veel mensen hopen. Het vraagt om een lange tijdshorizon, een spaartempo van minstens 20 procent, bij voorkeur ondernemersvermogen of een eigen woning, en bovenal consistentie over jaren. Erfenissen en partnerinkomen spelen vaker een rol dan de mythe van de self-made ondernemer doet geloven.
Dat maakt het pad niet onmogelijk, maar wel concreet. Gebruik de checkpunten in dit artikel om te bepalen waar je nu staat. Pas van daaruit je strategie aan. Het verschil tussen de meeste mensen en de Nederlandse miljonair zit niet in talent of geluk, maar in tijd en discipline.