Je werkgever heeft je net laten weten dat je ontslagen wordt. Voordat dat nieuws goed en wel is geland, vraag je je al af: krijg ik een transitievergoeding, en zo ja, hoeveel? Dat is precies de vraag die we hier beantwoorden. We leggen uit hoe de berekening werkt, waar je op moet letten als je werkgever een bedrag voorstelt, en hoe je dat geld daarna slim inzet.
Heb je überhaupt recht op een transitievergoeding?
Niet iedereen heeft automatisch recht op dit bedrag. Er zijn drie situaties die aanspraak geven:
- Je werkgever beëindigt je contract, ongeacht hoe lang je in dienst was.
- Je tijdelijk contract wordt niet verlengd op initiatief van de werkgever.
- Je neemt zelf ontslag vanwege ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, denk aan een onveilige werksituatie of structureel niet betalen van je salaris.
Heb je zelf ontslag genomen zonder dat de werkgever daar schuld aan heeft? Dan vervalt het recht op een transitievergoeding. Hetzelfde geldt als je op staande voet bent ontslagen wegens eigen ernstige schuld. Twijfel je? Vraag altijd even een arbeidsrechtadvocaat of het UWV om advies voordat je iets tekent.
De vier getallen die je nodig hebt
Voordat je kunt rekenen, heb je vier basisgegevens nodig:
- Brutomaandloon: je vaste salaris plus vaste toeslagen zoals ploegentoeslag of een vaste bonus. Incidentele bonussen tellen meestal niet mee.
- Dienstjaren: het exacte aantal jaren én maanden dat je in dienst bent geweest. Dit hoeft tegenwoordig geen ronde getallen te zijn.
- Contractvorm: vast of tijdelijk maakt voor de berekening zelf geen verschil meer, maar is wel relevant voor of je recht hebt op de vergoeding.
- Einddatum: de officiële laatste dag van je dienstverband, want elke dag telt mee bij de precieze berekening.
Zorg dat je je arbeidscontract, loonstroken van de afgelopen maanden en eventuele bonusafspraken bij de hand hebt. Zo voorkom je dat je achteraf moet rommelen met getallen.
De wettelijke formule: zo bereken je het brutobedrag
De formule is eenvoudiger geworden dan mensen denken. Per dienstjaar, inclusief maanden, bouw je een derde van je brutomaandloon op. Er wordt niet meer afgerond op volledige jaren, zoals vroeger het geval was.
Een concreet voorbeeld: stel je hebt een brutomaandloon van €3.600 en je bent 6 jaar en 4 maanden in dienst. Je diensttijd is dan 6,33 jaar. De berekening wordt dan: 6,33 keer een derde van €3.600, wat neerkomt op €3.600 gedeeld door 3 maal 6,33, ofwel €1.200 maal 6,33 = €7.596 bruto.
Zo kun je de berekening zelf controleren, of vergelijken met de uitkomst van de rekentool op de website van het UWV, die je gratis kunt gebruiken.
Let op het wettelijk maximum
Er zit een plafond op de transitievergoeding. In 2026 ligt dat maximum rond de €98.000 bruto. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd, dus controleer het actuele bedrag even op rijksoverheid.nl of bij het UWV.
Verdien je meer dan dat plafond oplevert? Dan geldt een andere regel: je krijgt het hoogste bedrag van de twee berekeningen: het maximumbedrag of een jaarsalaris als dat lager uitvalt. In de praktijk betekent dit dat mensen met een hoog salaris relatief minder meekrijgen per dienstjaar dan collega’s met een modaal loon. Een IT-manager met €7.000 per maand die 12 jaar werkte, zou zonder plafond ruim €112.000 ontvangen, maar stuit op het maximum.
Kun je meer krijgen dan het wettelijk minimum?
Ja, dat kan in drie situaties. Ten eerste als jouw cao een hogere ontslagvergoeding voorschrijft. Ten tweede als je bij aanvang van je dienstverband individuele afspraken hebt gemaakt over een vertrekpremie, vastgelegd in je contract. Ten derde als er sprake is van kennelijk onredelijk ontslag: een situatie waarbij de rechter oordeelt dat de werkgever je niet op een nette manier heeft behandeld. In dat laatste geval kan de rechter een aanvullende schadevergoeding toekennen bovenop de transitievergoeding.
Wij van Schatrijk.nl adviseren altijd je cao te controleren en een jurist te raadplegen als je het gevoel hebt dat er meer in zit. Het kost een paar uur, maar kan duizenden euro’s schelen.
Wat houdt de belastingdienst in?
Een transitievergoeding is belast als loon. Dat betekent dat er loonheffing over wordt ingehouden, en die kan flink oplopen. Over een bedrag van €20.000 betaal je al snel 37 tot 49 procent belasting afhankelijk van je totale inkomen in dat jaar.
De stamrechtvrijstelling bestaat niet meer voor nieuwe gevallen. Je kunt de belastingdruk wel beperken door het bedrag in een lijfrenteproduct te storten, zoals een bankspaarrekening of een lijfrenteverzekering. Over dat deel betaal je dan pas belasting als je het later opneemt, waarschijnlijk in een lager belastingtarief. Laat je hierover adviseren door een onafhankelijk financieel adviseur voordat het geld op je rekening staat.
Scenario A: overbrugging als je even zonder werk zit
Ga je direct gebruikmaken van je WW-uitkering? Dan is het slim om je transitievergoeding niet als extra inkomen te zien. WW en toeslagen hangen af van je inkomen; een grote uitkering ineens kan gevolgen hebben voor je huurtoeslag of zorgtoeslag als je die ontvangt.
Spreid het bedrag mentaal over de verwachte werkloze periode. Stel je bent 4 maanden op zoek naar werk en je hebt €12.000 ontvangen. Dat is €3.000 per maand als aanvulling op je WW. Zet het op een aparte spaarrekening met wat rente, zodat je de verleiding wegneemt om het in één keer op te maken.
Scenario B: vermogensopbouw voor de langere termijn
Als je snel weer aan het werk bent en de vergoeding niet nodig hebt voor dagelijkse kosten, dan heb je een mooie kans om vermogen op te bouwen. Er zijn drie opties die wij regelmatig tegenkomen:
- Hypotheek aflossen: bij een hypotheekrente van 4 tot 5 procent levert elke euro aflossing een gegarandeerd rendement op dat vergelijkbaar is met een laagrisicobelegging.
- Lijfrente inleggen: fiscaal gunstig als je een pensioengat hebt. Je trekt de inleg af van je belastbaar inkomen dit jaar en betaalt pas later belasting bij uitkering.
- Beleggen via een indexfonds: voor de langere termijn (minstens 7 tot 10 jaar) levert breed gespreid beleggen historisch gezien meer op dan sparen. Beleg nooit geld dat je op korte termijn nodig hebt.
Scenario C: investeer in jezelf
Soms is ontslag het perfecte moment om die opleiding te doen die je al jaren overweegt. Een omscholing naar een kraptesector, een certificering die je marktwaarde verhoogt of de stap naar zelfstandig ondernemerschap. In dat geval kun je een deel van je transitievergoeding belastingvrij gebruiken als je het inzet voor scholingskosten die aantoonbaar gericht zijn op het vinden van werk. Vraag dit na bij de belastingdienst of een adviseur, want de regels zijn specifiek.
Wij zien dit scenario het vaakst slagen bij mensen die al een concreet plan hadden en het geld niet impulsief besteden. Begin met een begroting: wat kost de opleiding, wat houd je over, en wat is je inkomen terwijl je studeert?
Drie fouten die je wilt vermijden
Fout 1: tekenen zonder te rekenen. Sommige werkgevers bieden een vaststellingsovereenkomst aan met een lager bedrag dan wettelijk verplicht. Reken altijd eerst zelf uit wat je recht hebt, voordat je iets ondertekent.
Fout 2: het geld direct uitgeven. De verleiding is groot, zeker na een stressvolle periode. Maar wie zijn transitievergoeding in de eerste maand grotendeels opmaakt, mist de kans om er echt iets mee te doen. Geef jezelf twee weken voordat je een beslissing neemt.
Fout 3: vergeten dat het bruto is. Mensen denken dat ze €20.000 overhouden, maar ontvangen netto misschien €12.000. Reken altijd met het nettobedrag als je plannen maakt voor overbrugging of investering.
Controleer eerst of het aangeboden bedrag klopt, want werkgevers rekenen soms verkeerd. Daarna pas heeft het zin om na te denken over wat je met het geld doet: een buffer aanhouden terwijl je zoekt, schulden aflossen, of investeren in een opleiding of aanvullend pensioen. Wij van Schatrijk.nl zien de transitievergoeding niet als eindpunt, maar als beginkapitaal voor wat er daarna komt. Hoe je het inzet, hangt af van je situatie, maar een bewuste keuze is altijd beter dan het geld op een betaalrekening laten staan zonder plan.